Laatste nieuws

WETSWIJZIGINGEN 1 JULI 2015

 

Als ondernemer krijgt u te maken met nieuwe en gewijzigde regels. Antwoord voor bedrijven geeft u 4 keer per jaar een overzicht van deze regels. Hier vindt u een selectie van de regels die wijzigen of ingaan van 2 april tot en met 1 juli 2015.

Let op: De ingangsdatum van enkele (wets)wijzigingen is nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer of afkondiging van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministeriële regeling én publicatie in het Staatsblad of de Staatscourant.

 

Kijk hier voor meer informatie.

 

PERSONEELSACTIVITEITEN, ONBELAST OF TOCH BELAST?

 

​Waarschijnlijk heeft u het niet gemist, maar toch een reminder. Vanaf 1 januari 2015 is de werkkostenregeling verplicht voor alle werkgevers. Mogelijk heeft u zich al verdiept in de gevolgen die dit heeft voor u. Maar wellicht zijn er toch ook nog onderdelen waar onduidelijkheid over bestaat. Zoals bijvoorbeeld de personeelsactiviteiten. Hierover is onlangs verwarring ontstaan. Zijn deze nu belast of toch onbelast? Hoe dient u nu om te gaan met personeelsuitjes, personeelsfeestjes, personeelsborrels e.d.? Zijn deze nu altijd volledig belast of toch niet? En hoe zit het met de verstrekte consumpties en maaltijden tijdens deze activiteiten? Of kan het ook wat fiscaal vriendelijker? 

 

In de eerste plaats is het van belang dat u zich realiseert dat het uitmaakt waar de personeelsactiviteit plaatsvindt. Is sprake van een externe locatie of vindt de activiteit plaats op de werkplek?  

 

Op de werkplek 

Vindt de personeelsactiviteit (zoals bijvoorbeeld een personeelsborrel) plaats op de werkplek, dan mag u de consumpties (hapjes en drankjes) die u verstrekt waarderen op nihil. Dit betekent dat u deze onbelast kunt verstrekken. Verstrekt u tijdens de personeelsborrel ook een maaltijd (zoals een barbecue of een buffet), dan dient u deze verstrekking te waarderen op een forfaitair bedrag. Voor 2015 is dit bedrag vastgesteld op € 3,20. Dit bedrag zal u dus per maaltijd in aanmerking moeten nemen als loon bij uw werknemers. Omdat het in het algemeen ongewenst zal zijn om deze verstrekkingen ook feitelijk als loon in natura te belasten bij uw werknemer, zal u de forfaitaire waarde van de verstrekte maaltijden veelal onderbrengen in de vrije ruimte om deze onbelast te kunnen laten. 

 

Op een externe locatie

Vindt de personeelsactiviteit (zoals bijvoorbeeld een personeelssportdag) plaats op een externe locatie, dan is sprake van loon. Dit geldt voor de activiteiten, de consumpties, de maaltijden en eventueel verblijf. Een dergelijke verstrekking kan alleen onbelast blijven wanneer deze wordt ondergebracht in de vrije ruimte. 

 

Vanwaar dan die verwarring?

Onlangs heeft de belastingdienst verwarring veroorzaakt rondom de personeelsactiviteiten op een externe locatie door te stellen, dat een studiedag op een externe locatie gevolgd door een feest voor het grootste deel onbelast kon blijven. In het voorbeeld wat besproken werd was alleen het ingehuurde entertainment aan te merken als loon. Dit betekende een aanzienlijke versoepeling, nu het uitgangspunt eerder was dat het gehele feest aangemerkt diende te worden als loon. 

Echter, op dit standpunt is de Belastingdienst inmiddels terug gekomen. De studiedagen kunnen onbelast blijven, vanwege het zakelijke karakter. Maar het feest is zonder meer een aparte activiteit met een consumptief karakter. Het volledige feest (consumpties, hapjes, maaltijden, entertainment e.d.) is dus een verstrekking die loon vormt voor de werknemers. Alleen door deze kosten onder te brengen in de vrije ruimte, kan het feest toch onbelast blijven. U dient derhalve te allen tijde een splitsing plaats te maken tussen de kosten van de studiedag en de personeelsactiviteit.

 

 

Personeelsvereniging

Nu is het niet ondenkbaar dat de jaarlijkse kosten van uw personeelsactiviteiten hoger zijn dan uw vrije ruimte. Of u wilt uw vrije ruimte eigenlijk niet opofferen aan personeelsactiviteiten omdat u ook nog andere arbeidsvoorwaarden heeft die ten laste van die vrije ruimte komen. Dan kan de fondsenvrijstelling uitkomst bieden. Hiervan kunt u gebruik maken wanneer u een personeelsvereniging heeft dan wel opricht die aan de nodige voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden hebben betrekking op de bijdragen die werkgever en werknemers doen aan de personeelsvereniging, maar ook op de uitkeringen en verstrekkingen die de personeelsvereniging doet. Het gebruik maken van die fondsenvrijstelling leidt er toe, dat de personeelsverstrekking volledig onbelast kan blijven. Hiermee blijven uw personeelsactiviteiten betaalbaar en kunt u uw vrije ruimte voor andere arbeidsvoorwaarden inzetten.

 

Hopelijk hebben wij u geprikkeld om weer even na te denken over de werkkostenregeling in relatie tot de personeelsactiviteiten die u dit jaar organiseert voor uw werknemers. Is uw administratie op de juiste wijze ingericht, kunt u alle nodige informatie uit uw administratie halen en komen alle loonbestanddelen op de juiste wijze in de loonadministratie terecht? Heeft u behoefte aan een sparringpartner, wilt u even overleggen of u nu wel op de meest optimale wijze de werkkostenregeling toepast? Neem dan contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.

 

terug

 

LAGE BTW-TARIEF BIJ RENOVATIE EN HERSTEL VAN OUDE WONINGEN VERVALT PER 1 JULI A.S.

 

De arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen die ouder zijn dan twee jaar, vallen sinds maart 2013 tijdelijk onder het verlaagde tarief van 6%. De regeling geldt ook voor woningcorporaties die renovatie- en herstelwerkzaamheden aan oudere woningen laten verrichten.

 

Onlangs heeft de staatssecretaris in zijn Besluit bevestigd dat deze regeling vervalt per 1 juli 2015 oftewel 1 juli a.s.. Als u nu een grote renovatie- en herstelopdracht hebt lopen voor of nog van plan bent om renovatie- en herstelwerkzaamheden uit te laten voeren aan woningen ouder dan twee jaar, zorg er dan voor dat deze afgerond is/zijn vóór 1 juli a.s.

 

Vóór 1 juli a.s.

Om nog gebruik te kunnen maken van de regeling is het dus van belang dat alle werkzaamheden vóór 1 juli a.s. zijn afgerond. Indien de werkzaamheden ná 30 juni a.s. zijn afgerond, geldt het normale btw-tarief van 21% over de gehele aanneemsom.  Dit geldt dan ook voor het deel van die werkzaamheden dat al vóór 1 juli a.s. was uitgevoerd.

 

Ook indien er vooruitbetalingen zijn gedaan vóór 1 juli a.s. in verband met een opdracht tot renovatie- en herstelwerkzaamheden die ná 30 juni a.s. is afgerond ofwel voltooid, geldt dat er uiteindelijk 21% btw over de totale aanneemsom dient te worden afgedragen. Houdt er dan rekening mee dat – indien u dergelijke vooruitbetalingen heeft betaald – er waarschijnlijk meer btw (21% i.p.v. 6% over vooruitbetaalde deel van de aanneemsom) betaald moet worden dan verwacht.

 

Afgeronde/voltooide dienst?

Het moment waarop een dienst is afgerond ofwel voltooid, is van doorslaggevend belang voor het bepalen van het btw-tarief. Een dienst is voltooid wanneer het overeengekomen eindresultaat is bereikt en de opdrachtgever het werk heeft aanvaard. Het oplevermoment is bijvoorbeeld wanneer de opdrachtgever en dienstverrichter een gezamenlijke (eind)ronde hebben gemaakt en afgesloten en wanneer de opdrachtgever tekent voor akkoord. Ook het feit dat de opdrachtgever heeft betaald kan gelden als aanvaarding van het verrichte werk. Zorg er dus voor dat het oplevermoment heeft plaatsgevonden vóór 1 juli a.s. oftewel de dienst vóór 1 juli a.s. is voltooid!

 

Deelopdrachten?

Wanneer het duidelijk is dat een opdracht tot renovatie en herstel aan woningen ouder dan twee jaar niet meer vóór 1 juli a.s. kan worden afgerond, kan het verstandig zijn om deze op te delen in deelopdrachten. Op deze manier kan op een deel van de werkzaamheden – de diensten die vóór 1 juli a.s. zijn afgerond en voltooid – tot het verlaagde 6% tarief op de arbeidscomponent worden toegepast. Er moet hierbij wel worden gelet op een eventuele samenhang tussen deelprojecten en in hoeverre het reëel, praktisch en mogelijk is om de werkzaamheden/diensten in gedeelten op te leveren. 

 

Renovatie van woning(en) met daarbij de realisatie van een uitbouw bij de woning(en) kunnen makkelijker worden gesplitst dan bijvoorbeeld de renovatie van de totale woning(en). Ook moet het gaan om zelfstandig te duiden prestaties.

 

Voor bepaalde diensten nog wel verlaagde 6% tarief ná 1 juli a.s.

Voor schilders- en stukadoorswerk of het aanbrengen van isolatiemateriaal aan woningen ouder dan twee jaar blijft het verlaagde 6%-tarief nog wel gelden. Dit zijn namelijk geen tijdelijke tarieven. 

 

terug

 

GESCHONKEN RENTE AFTREKBAAR?

 

​Kinderen die geld lenen bij de bank om een huis te kopen kunnen de betaalde rente aftrekken in de inkomstenbelasting. Als kinderen geld lenen bij hun ouders om een huis te kopen dan is deze rente eveneens aftrekbaar. In het geval de rente niet betaald wordt, maar in mindering wordt gebracht op een schenking dan is de rente doorgaans niet aftrekbaar. Onlangs heeft de Hoge Raad in zijn arrest op 3 april 2015 echter anders bepaald. 

 

Case 

Een man had bij zijn ouders geld geleend om het aandeel van zijn voormalige echtgenote in de gezamenlijke woning over te nemen. De verschuldigde rente betaalde de man zeven jaar lang netjes binnen de gestelde termijnen. Na jaar zeven komt de man echter in financiële problemen en is hij niet langer in staat de rente te voldoen.

 

De man en zijn broer ontvingen reeds jarenlang aan het eind van het jaar een schenking van hun ouders ter grootte van ongeveer € 5.000. Nadat de man in financiële problemen raakte verrekende de ouders het geld van de schenking met de achterstallige rente en andere schulden. Vervolgens trok de man de rente af in zijn aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst weigerde deze aftrek, omdat de ouders van de man naar hun mening de rente hadden kwijtgescholden in plaats van verrekend. Het kwijtschelden van rente levert geen aftrek op.

 

Uitspraak 

Het Gerechtshof bepaalde dat geen sprake is van een kwijtschelding. De ouders hielden een zorgvuldige administratie bij waaruit de verschuldigde rente, de hoofdsom en verrekening van jaarlijkse schenking bleek. Hierdoor was volgens het Gerechtshof sprake van een verrekening met de verschuldigde rente in plaats van een kwijtschelding van de verschuldigde rente. In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep ongegrond verklaard en hierdoor blijft het besluit van het Gerechtshof in stand.

 

terug

Kinderopvangkosten geen uitgaven voor extra gezinshulp

 

Volgens de Hoge Raad zijn kosten van een kinderdagverblijf niet aftrekbaar als zorgkosten wanneer de thuisblijvende ouder om medische redenen de kinderen niet kan verzorgen. De Wet IB 2001 bevat een limitatieve opsomming van specifieke zorgkosten die in aanmerking komen voor aftrek. Uitgaven voor kinderopvang buitenshuis worden in die opsomming niet genoemd. Dergelijke uitgaven vallen ook niet onder de uitgaven voor extra gezinshulp. Uitgaven voor extra gezinshulp zijn aftrekbaar boven een zekere drempel.

De casus betrof een echtpaar met twee jonge kinderen. De vrouw werkte; de man was chronisch ziek en volgens een medische verklaring daardoor niet in staat de kinderen te verzorgen. Om die reden gingen de kinderen enkele dagen per week naar de kinderopvang. Hof Amsterdam was van oordeel dat er onvoldoende verband was tussen de kosten van kinderopvang en de invaliditeit van de man om die kosten aan de ziekte toe te kunnen rekenen.

 

terug

Gewijzigd besluit lijfrenten en periodieke uitkeringen

 

De staatssecretaris van Financien heeft een besluit over lijfrenten en periodieke uitkeringen uit 2012 gewijzigd. In het besluit is een besluit van 3 februari 2014 (nr. BLKB2014/195M) opgenomen. Dat besluit bevatte goedkeuringen met betrekking tot de vertraagde uitvoering van automatische premie-incasso’s in 2013 door de omzetting van bestaande bankrekeningnummers in IBAN-rekeningnummers. Het gewijzigde besluit bevat een vergelijkbare goedkeuring voor vertraagde uitvoering automatische premie-incasso’s in de tweede helft van december 2014. Betalingen worden geacht in 2013 respectievelijk 2014 te hebben plaatsgevonden, zodat aftrek in het betreffende jaar mogelijk is. De rendementsgrondslag van box 3 wordt bepaald alsof de betaling voor 1 januari heeft plaatsgehad. Het is uiteraard niet toegestaan om bij gebruikmaking van de goedkeuring de premie nogmaals in aftrek te brengen in het jaar van de feitelijke betaling.


terug

Voorlopig geen laag btw-tarief voor digitale krant

 

De staatssecretaris van Financien heeft schriftelijk gereageerd op een motie om het verlaagde btw-tarief in te voeren voor digitale kranten. In Belgie hebben de bedrijven in de perssector en het Ministerie van Financien een protocol ondertekend. In dat protocol is afgesproken welke producten onder het specifiek voor kranten geldende verlaagde btw-tarief vallen en welke niet. De download van een digitale replica van een krant valt volgens deze afspraken onder het lage tarief. Volgens de staatssecretaris biedt de huidige EU-regelgeving daarvoor geen ruimte. De staatssecretaris deelt de opvatting van de indieners van de motie dat de verschijningsvorm van een krant niet bepalend kan zijn voor de hoogte van het btw-tarief. Het kabinet heeft toegezegd in Europees verband aan te dringen op aanpassing van de btw-richtlijn op dit punt en een verlaagd btw-tarief op digitale kranten, boeken en tijdschriften mogelijk te maken.


terug